Tegels, een nieuwe pagina

Geachte abonnee’s

Er is een nieuwe pagina toegevoegd: TEGELS, een onderdeel van de verzameling (voor zover nu gereed voor publicatie). Klik op onderstaand tableau om meer tegels te zien.

0039 - 0048, Delfts-blauw tegel-tableau

Daarnaast is het menu op de START-pagina aangepast. De bedoeling is dat het daardoor makkelijker is zaken terug te vinden.

Ten slotte, alles rond het museum wordt gedaan door vrijwilligers. We hebben geen leden, maar u kunt wel donateur worden.

Maak  dan uw donatie (€5, €10 of € . . .) over naar de Regio-bank rekeningnummer 963490761 van de Stichting tot Behoud Cultureel Erfgoed Jacobswoude.

 

 

Haren van een zeis met spit en hamer.

Haren van een zeis met spit en hamer

SANYO DIGITAL CAMERA

Haren van je zeis is nodig om goed te kunnen maaien. Een spit en hamer, gereedschap om te haren, is enige tijd geleden door G.P. Zwetsloot aan het museum geschonken. Dit gereedschap is jaren gebruikt op de boerderij in Ofwegen aan de Wijde Aa.
Reden om eens uit te zoeken hoe je met een spit en hamer werkt.

Zo’n 50 jaar geleden was het heel gebruikelijk om gras te zeisen (= maaien met een zeis). Voor een beginneling een hele klus; maar op een mooie zomerdag, voor een geoefend maaier, een bezigheid waarbij je een tevreden gevoel kreeg.
Om goed te kunnen maaien moet de zeis scherp zijn. Maar als je bezig bent in het hoge gras kun je niet zien of de grond vlak is en of er stenen liggen. En, zeker als je stenen raakt, beschadig je de scherpe snede. Na verloop van tijd is de zeis dan ook niet “vlijm scherp”  meer en gaat het maaien moeizamer. Met een strekel kan je de zeis weer scherp slijpen, maar echte beschadiging van de snede van het maaiblad krijg je daarmee niet weg. Om daar wat aan te doen moet je de zeis “haren” en dat doe je door met een  speciale hamer de oneffenheden op het spit eruit te kloppen.
Overigens geldt dit voor het type zeis met houten steel en ongehard  maaiblad. Metalen zeisen met gehard maaiblad worden scherp gehouden met alleen een strekel of een wetsteen.

Als stadsjongen moet ik de informatie over het agrarisch bedrijf van anderen krijgen. Zo raakte ik in gesprek met Huib, die vertelde dat hij nog een foto had waarbij zijn vader (omstreeks 1975) aan het haren was. Bovendien had hij ook een strekel die hij wel aan het museum wilde schenken. Zo is het museum met een illustratieve foto en twee strekels verrijkt.

Op afgelegen, drassige, percelen was zeisen eigenlijk de enige mogelijkheid.

Van Dijk

Jaap van Dijk had zo’n perceel in Sluipwijk.
Op de foto is hij de zeis aan het haren. De snede moet daarbij vlak op het (in de grond gestoken) spit liggen. Aan het maaiblad zit een lange stok en dat is dan best lastig. Om het makkelijker te maken heeft Jaap de stok met een mik (= gevorkte stok) gesteund. Het andere uiteinde van de mik staat in een klomp. Door de klomp te verschuiven verschuift ook het mes op het spit. Als de klomp goed wordt verschoven blijft (de snede van) het maaiblad vlak op het spit liggen en kun je de beschadingen eruit haren (=kloppen met de hamer).
Dat oefening nodig is om je zeis zo te onderhouden behoeft geen betoog.

 

 

 

 

Hoewel in het agrarisch bedrijf de zeis is vervangen door maaimachines wordt het zeisen weer vaker toegepast omdat het heel geschikt is om te maaien in een stuk land waar bomen en of bijzondere planten ontzien moeten worden. Het is inmiddels zover dat door Natuurmonumenten kampioenschappen “maaien met de zeis”  worden georganiseerd.
De kunst om de zeis met de spit en hamer te haren wordt daarmee ook weer van belang.

 Maaien met een zeis


 

Haren van een zeis met hamer en spit


 

 

Brandweergarage, Woubrugge 1989

Gemeente Woubrugge bouwt een nieuwe brandweergarage

De brandweergarage uit 1952 was te laag voor het moderne materieel. De tijdelijke oplossing was wel ruim genoeg, maar hoognodig aan vervanging toe.

In februari 1989 werd de voormalige smederij/kachelhandel van J. Schijf (later de werkplaats van Landbouwmechanisatiebedrijf D.I.G.O.) gesloopt om ruimte te maken voor de nieuwe brandweergarage.

Er werd flink doorgewerkt en zes maanden later kon de nieuwe brandweergarage (een “vierdeursremise”) feestelijk worden geopend.

De brandweerverening “Altijd Paraat” van de Post Woubrugge kreeg hiermee een eigen onderkomen, reden voor hen om, met een rondgang met oud brandweermaterieel, deze feestelijk gebeurtenis te onderstrepen.